skip to Main Content
Verslag Symposium Vriendschap Ontleed

Verslag Symposium vriendschap ontleed

Op 14 december j.l. organiseerde ValC-hof in samenwerking met de OU haar 10e symposium. Het thema was dit keer Vriendschap ontleed. Dit onderwerp werd door vier sprekers vanuit de verschillende disciplines van cultuurwetenschappen benaderd. Dit onder leiding van dagvoorzitter Herman Simissen.

Rogier van der Wal (RUL) besprak de ideeën over vriendschap zoals die te vinden zijn bij Plato, Aristoteles en Cicero. Bij Plato vinden we die in bijvoorbeeld Symposion, bij Aristoteles in de Ethica en bij Cicero in zijn traktaat Over vriendschap. De definities en beschouwingen in de laatste twee werken zijn nog steeds het startpunt van denken over vriendschap. Dat kan wel leiden tot misvattingen, want volgens de klassieke auteurs was echte vriendschap voorbehouden aan perfecte mannen; en volgens hun definitie waren echte vriendschappen tussen vrouwen dus niet mogelijk. Hier echter overheen stappend haalde Rogier voorbeelden aan van teksten over vriendschap in de recente literatuur, zoals de roman De Vriendschap van Connie Palmen. Niet geheel toevallig gaat dit wel over een vrouwenvriendschap.

Toon Bosch (OU) benaderde het begrip vriendschap vanuit het perspectief van solidariteit tussen bevolkingsgroepen en volkeren. Hij nam als voorbeeld rampen in de het begin van de 20e eeuw in Nederland, met name cyclonen in Borculo en Neede, en overstromingen in het land van Maas en Waal (1926). De dynamiek in de hulpverlening verliep van christenplicht tot vriendenhulp. Bij de Maasoverstromingen leek de hulp vooral via de katholieke kerk te lopen en was er discussie over gebrek aan steun vanuit de nationale overheid, ook wel geduid als discriminatie van het zuiden. Ook blijkt solidariteit aan enige slijtage onderhevig; geldinzameling voor de ramp in Neede leverde veel minder op dan die voor de ramp in Borculo, twee jaar eerder.

Bram de Klerck (RU) bespreekt de vriendschap tussen kunstenaars in de renaissance. De belangrijkste bron van informatie is hier de kunsthistoricus Vasari. Hij geeft het voorbeeld van Brunelleschi en Donatello, die ondanks vrienden ook rivalen waren; wie maakte de mooiste sculptuur van de gekruisigde Christus. Verder noemt hij het koppel Venziano en Del Castagno, en de hommage die Titiaan bracht aan Giorgione met het schilderij Fête champêtre. Vraag is wel hoe betrouwbaar Vasari is; hij schreef een en ander wel honderd jaar na dato en was ook nog eens sterk bevooroordeeld – positief over Florence en negatief over Venetië.

Femke Kok (OU) gaat bij haar filosofische benadering van vriendschap ook uit van de Ethica van Aristoteles. Deze hanteert drie graden van vriendschap, namelijk die vanwege het nut, die vanwege plezier en ten derde de onbaatzuchtige. De laatste uiteraard de meest waardevolle, maar ook de hoogste eisen stellend aan de vrienden. In het verlengde hiervan bespreekt Femke de vriendschapsideeën van Montaigne en Derrida. Daarna wordt de lijn doorgetrokken naar de sociale media, met name Facebook. Daar kun je heel snel, heel veel vrienden maken, maar de vraag is wat die vriendschappen betekenen. Uitgaande van de definitie van Aristoteles natuurlijk niets. Maar als we nu eens nadenken over de waarde van sommige van deze contacten, dan blijken deze toch wel degelijk een zinvolle invulling aan ons bestaan te kunnen geven. Misschien moet de klassieke filosofische definitie van vriendschap maar eens ter discussie gesteld worden.

De dag werd afgesloten met een beperkte paneldiscussie omdat allen Femke Kok en Toon Bosch nog aanwezig waren. De discussie ging dan ook vooral door op  door hen besproken thema’s, maar was dermate levendig dat de dagvoorzitter deze expliciet moest afronden met de opmerking “nu echt de laatste vraag”.

Geef een reactie

Back To Top