skip to Main Content

Verslag van Danny Mekic ‘Data in een nieuwe wereld?’

Algemene ledenvergadering AVOU, 12 april 2014 (Musis Sacrum te Arnhem)

Danny Mekić (1987) is door de AVOU uitgenodigd voor een presentatie over sociale netwerken en privacy. Anderhalf uur lang wist hij de aanwezigen te boeien met zijn kennis, inzichten en anekdotes over technologische ontwikkelingen in een veranderende wereld.

Onderstaand verslag is een samenvatting/bewerking van de uitgesproken lezing, met weglating van verwijzingen naar vertoonde beelden en filmpjes. De tekst valt onder verantwoordelijkheid van het AVOU-bestuur en is met een zo groot mogelijke zorgvuldigheid tot stand gekomen. De tekst is nadrukkelijk niet voor gebruik of publicatie buiten de vereniging bestemd. Wij hopen met dit verslag onze leden van dienst te zijn.

Introductie

Bedankt voor de uitnodiging, ik vind het erg leuk om hier te zijn. Wel een gewaagde keuze: Ik heb de middelbare school niet afgemaakt en nu sta ik voor een groep van alumni van de Open Universiteit. Overigens ben ik uiteindelijk via het colloquium doctum examen wel gaan studeren: Rechtsgeleerdheid aan de Universiteit van Amsterdam. Momenteel volg ik de vakken psychologie, communicatiewetenschappen en economie om langzaamaan iets meer te begrijpen van wat ik niet begrijp. Om overigens te ontdekken dat er nog veel meer vragen ontstaan waar ik de antwoorden niet op heb, dus of ik daar zo goed mee bezig ben….

Dit jaar heb ik voor het eerst in de Financial Times mogen schrijven, drie keer. Overigens zijn alle artikelen die ik ooit geschreven heb, te vinden op mijn website. Lees ze vooral door. Ik zou het heel erg leuk vinden om ook na vandaag nog reacties te ontvangen. Ik zit op de sociale media en je kunt een e-mail sturen.

Even over mijn achtergrond. Ik heb een grote passie ontwikkeld voor technologie, daar waar hij de samenleving raakt. Dat is al in mijn jeugd ontstaan. Mijn vader komt uit Bosnië en mijn moeder is een echte Amsterdamse. Zij hebben elkaar op vakantie ontmoet, nog voor de oorlog.

Tijdens de derde Balkanoorlog konden we geen contact krijgen met onze familie aldaar maar gelukkig is mijn vader radiozendamateur. Bovenop onze flat stond zo’n mast van 40 meter hoogte en mijn vader had vergunning om daar gebruik van te maken. Zo kon hij dus wel in contact komen met zijn oud-studievrienden in voormalig Joegoslavië. Toen dat op een gegeven moment bij Amnesty International bekend werd hadden we iedere dag wel een familie aan tafel zitten die ook wilde weten hoe het precies zat met hun dierbaren. En ik zag daar als kind hoe technologie mensen kan versterken in wie ze zijn en wat ze willen bereiken.

Nu was ik altijd heel druk op school, had heel veel energie. En dat kon ik niet kwijt in het onderwijsaanbod dat ik kreeg.

Dus als jonge tiener ben ik al vrijwilligerswerk gaan doen. Eerst voor Startpagina.nl, dat 10 jaar geleden een van de meest bezochte websites van Nederland was. Ik kreeg daar niet betaald maar toen Startpagina verkocht werd aan een grote uitgeverij ontving ik voor de twee pagina’s die ik beheerde 2000 gulden.

Ik hield me destijds intensief bezig met fotografie, analoog, zwart/wit, grove korrel, 1600 iso. Een hele dure hobby, want mijn foto’s moesten ontwikkeld worden in een Duits lab. En dan iedere keer drie weken wachten op de beelden. Dus ik kocht een digitale camera van dat geld. Een hele slechte eigenlijk, achteraf gezien. Ik ging fotograferen voor Scholieren.com: Een jongerenwebsite die verslagen maakte van concerten maar niet in staat was om er foto’s bij te maken want ze hadden geen digitale camera’s. Zo kwam het dat ik onder het mom van persfotograaf mee mocht naar concerten. Ik had de tijd van m’n leven. Bij de mooiste concerten mocht ik voor het publiek staan. De aanwezige professionele concertfotografen maakten een paar foto’s en renden dan heel gauw weg

om weer bier te gaan drinken. Met name op festivals. Maar ik bleef altijd het hele concert staan waardoor ik soms bijzondere foto’s kon maken, unieker dan het materiaal dat zijn hadden.

Ik moest daar iets mee. Ik wilde dat laten zien aan de wereld. En door te googelen ontdekte ik dat kranten fotodesks hebben die foto’s opkopen om te plaatsen. Op de website van de Nederlandse vereniging voor Journalisten vond ik een prijslijst voor fotografen met richtprijzen en daar ging ik gewoon de helft onder zitten. Toen werden mijn foto’s geplaatst. Zo was ik opeens in functie als concertfotograaf. Wel kreeg ik de professionele concertfotografen op mijn dak want ik was hun brood aan het jatten, zeiden ze. Nou goed…

Ook ben ik vrijwilligerswerk gaan doen bij Het Net. En ik mocht daar leren van de beste leermeesters: programmeren in 20 talen, databases ontwerpen, websites maken, technieken achter hoe netwerken werken, digitale netwerken. Daar werd ik zo goed in dat ik ongevraagd betaalde opdrachten kreeg: Danny, wil je dat voor ons bouwen dan krijg je 100 gulden. Nou, da’s goed. Dat ben ik gaan doen.

Mijn eerste bedrijf begon uiteindelijk toen dit uit de hand liep. En met dat bedrijf heb ik een aantal prijzen mogen winnen in 2009. Het groeide enorm hard, veel medewerkers.

Ik ben daarnaast gaan doceren aan de Universiteit van Amsterdam, werkgroepen bij Rechtsgeleerdheid, en kom inmiddels als gastdocent op bijna alle Universiteiten en Hogescholen in Nederland op het gebied van ondernemerschap, het recht, internet en informatierecht.

Vanuit mijn passie voor technologie en de inzet daarvan in de samenleving is mijn derde bedrijf ontstaan: New Team, een adviesbureau gerund door tieners en twintigers. We werken voor 40 van de 100 grootste bedrijven en organisaties van Nederland. Voor de politie hebben we bijvoorbeeld websites mogen ontwikkelen voor kinderen tussen de 12 en 16 waarop de politie vragen beantwoordt.

Bij het Centraal Justitiaal Incasso Bureau zijn we nu bezig om alle flitsfoto’s digitaal aan te bieden. Dus nooit meer opvragen maar gewoon naar een website gaan. Altijd het bewijs zien en meteen digitaal kunnen afrekenen. Wat daaraan natuurlijk ook interessant is: normaal gesproken krijg je wel eens een bekeuring waarvan je denkt ‘wat flauw zeg’. Maar nu zouden we bijvoorbeeld kunnen laten zien waarom op die plek een flitspaal staat door aan te genen dat het een heel gevaarlijk punt is, hoeveel mensen daar gewond geraakt zijn of zelfs overleden. Zo kan technologie meer begrip kweken waarom bepaalde maatregelen worden genomen.

Data in een nieuwe wereld?

De presentatie van vandaag heb ik de titel ‘Data in een nieuwe wereld?’ meegegeven. Dus ik ga twee dingen proberen te behandelen, namelijk: Zijn we in een nieuwe wereld terecht gekomen, ja of nee. En welke rol spelen data in die nieuwe wereld.

Ik zie mijn omgeving op dit moment omringd door technologie. We zitten gevangen in technologie, we worden beheerst door technologie. En steeds vaker wordt onze bewegingsruimte bepaald door technologie.

Ik moest daar laatst weer aan denken toen ik Vodafone belde, waar ik al 10 jaar klant ben. Mijn vraag luidde: Goh, mijn telefoonrekening is best wel hoog en ik heb veel aansluitingen, kan ik geen korting krijgen?

Even kijken meneer.

Waar ga je dan kijken?

In het systeem.

Waarom?

Ja, dat moet in het systeem staan.

Hoezo?

Als in het systeem staat dat u korting kunt krijgen dan krijgt u korting.

Oké. En staat het er?

Nee.

Oh. Hoe komt dat dan wel in het systeem?

Dat moet een afdeling doen.

Kunt u mij doorverbinden met die afdeling?

Nee dat kan ik niet.

Waarom niet.

Ja, dat is niet mogelijk….

Dus ik bel het algemene nummer van Vodafone en vraag naar die afdeling.

Nee, ik kan u niet doorverbinden.

Waarom niet?

De afdeling is niet telefonisch bereikbaar.

Kan ik ze een e-mail sturen.

Nee, dat moet via een contactformulier.

Ik werd in een soort doolhof aan systemen geduwd dat niet is ingericht voor een normale vraag en een normaal antwoord.

In januari kwam een Economist uit met een erg interessante voorpagina. Er staat: Coming to an office near you. En dan zien we een wervelwind waarbij staat: What today’s technology will do to tomorrows jobs. Dus technologie is volgens de Economist een wervelwind die door onze samenleving raast en daar enorm veel schade aanbrengt door banen omver te duwen. Toen dacht ik bij mezelf, maar wacht even: Technologie is niet iets autonooms. Dat is iets wat wij maken, wat wij gebruiken, wat wij inzetten.

Ik zou een heel betoog kunnen houden over waarom ik het niet ethisch vind om de ontwikkeling van technologie maar voor lief te nemen en vervolgens onze plek als mens in de samenleving daar een gevolg van te laten zijn. Ik zou willen dat dat omgedraaid wordt. Dat we nadenken over wat voor leven willen we hebben en welke middelen hebben we om zo’n leven mogelijk te maken.

Maar om een beeld te schetsen van de nieuwe wereld wil ik beginnen met iets anders, namelijk de crisis waar we uitkomen of niet… dat is maar de vraag. Crisis komt van het oud-Griekse woord Krino, dat het moment aanduidde waarop een arts bepaalde of een patiënt het zou overleven of niet. Het kritieke punt. Wij gebruiken het woord nu al zes jaar om onze situatie aan te duiden. Dus ik ben er benieuwd naar of dit dan ook zo’n punt is en wat er hierna gaat veranderen.

Voor het beantwoorden van die vraag heb ik inspiratie gezocht in de S&P-500. Dat is de lijst met de 500 beursgenoteerde bedrijven van de grootste waarde. Wat is nou het verschil tussen bedrijven op die lijst in 1930 en vorig jaar. Kunnen we daar verschillen in zien?

Het grootste verschil wat ik als leek zie, is dat bedrijven in 1930 gemiddeld maar liefst nog 90 jaar zouden bestaan voordat ze failliet gaan, stoppen, overgenomen worden, gaan fuseren. En bedrijven die daar vorig jaar in stonden, die gaan gemiddeld maar 18 jaar bestaan. Dat verschil is langs een stabiel aflopende lijn ontstaan.

Dat betekent dat de meest succesvolle bedrijven gemiddeld steeds minder lang bestaan. Wat heel veel zegt over wat bedrijven tegenwoordig zouden moeten doen om nog groot te kunnen zijn en om nog veel waarde te kunnen leveren. Namelijk, vaak vernieuwen.

En er is nog iets anders interessants gaande: bedrijven zijn afscheid aan het nemen van het traditionele hiërarchische model en laten zich inspireren door het, ik noem het maar even zo, Google-model: platte structuren waarbij teams autonoom opereren als aparte cellen en zelf bepalen of en wie salarisverhoging krijgt. Als er een vacature vrijkomt in een team mogen ze zelf een nieuw persoon aannemen op basis van hun eigen kennis: met wie willen wij werken om onze doelstelling te

kunnen behalen. En als de manager wegvalt dan mag iemand uit het team manager worden na een stemming door het team. Dus het team gaat dan echt op zoek naar de beste manager voor het team en niet zozeer naar de persoon met de meeste ervaring. Want de aanwezigheid van ervaring wil niet altijd zeggen dat die persoon het team ook het beste aan gaat sturen.

Desondanks zien we dat het hiërarchische model toch groter wordt, ook bij Google. Want bij een succesvol bedrijf worden de belangen groter, wil men het bestaande proberen te behouden en is er dus ook meer om te managen. We zie dat bij dit soort bedrijven, bijvoorbeeld ook bij Apple, de vernieuwingsgraad en de innovatiegraad enorm afnemen. Dat wordt heel spannend de komende jaren.

Wat ook opvalt bij bedrijven die het nu goed doen is dat ze allemaal iets met technologie hebben. Ze maken het, ze implementeren of ze bouwen het. Of ze zetten het goed in. Coca Cola is nu bijvoorbeeld zover dat ze niet meer 3 liter water nodig hebben voor 1 liter Cola, maar 2. Ook dat soort technologische innovaties vinden plaats.

Deze ontwikkelingen betekenen eigenlijk dat bedrijven zich opnieuw moeten uitvinden. En kijken we terug naar hoe we tot hier zijn gekomen, dan denk ik dat heel veel van wat we nu zien uiteindelijk mogelijk is geworden door de stoommachines die we hebben gekregen en doordat informatie toegankelijk is gemaakt met het digitaliseren van kaartenbakken.

Inmiddels kennen we internet en vormt internet steeds meer onderdeel van ons sociale leven. We werken niet meer met een typmachine waar we autonoom iets mee doen, waar fysiek iets uitkomt. Internet is veel meer een soort tertiaire intelligentie waar we mee interacteren.

En het is heel gek dat we internet, wat ooit bedoeld was als netwerk voor data-uitwisseling, nu vooral zien als een sociaal netwerk. Ik gebruik expres de term ‘sociale media’ niet want die media zijn niet sociaal. Ze creëren allemaal een eigen eiland, willen allemaal dat we ons afzonderlijk aanmelden en proberen juist de uitwisseling van informatie tussen die eilanden zoveel mogelijk te beperken.

Maar het is wel een sociaal netwerk, omdat we die platforms, dat internet, steeds meer zijn gaan zien als een soort vriend, als een soort adviseur, een secretaris, secretaresse die ons vertelt wat we moeten doen.

Ik krijg heel vaak de vraag: hoe ontwikkelen die sociale netwerken zich dan. En er is een ding wat belangrijk is om te onthouden: ze zullen zich steeds sneller gaan ontwikkelen. De eerste grote netwerken, zoals Facebook en Hyves (in Nederland), hebben mensen bekend gemaakt met het fenomeen. En nu ontstaan er steeds meer van die netwerken, met steeds specifiekere doelen. Ze proberen ze zichzelf steeds meer te onderscheiden van elkaar waardoor het er steeds meer zullen worden.

In juli 2011 werd Hyves voor het eerst in de geschiedenis ingehaald door Facebook voor wat betreft het aantal unieke gebruikers. Facebook is nu groter dan Hyves, riep een aantal conculega’s van mij. Maar Hyves had op dat moment nog steeds veel meer interactie dan Facebook, veel meer minuten per maand contact met de gebruikers. En Hyves was eigenlijk ook beter dan Facebook: Meer omzet per gebruiker, ze maakten 3 jaar eerder winst dan Facebook en toch heeft Hyves het niet gered en is het gestopt. Hoe komt dat? Omdat Raymond Spanjaard, een van de oprichters en de directeur van het bedrijf, had besloten : we gaan ons niet op buitenlandse gebruikers richten. Ze zijn welkom maar we gaan het platform niet vertalen, we bieden geen ondersteuning in andere talen, want anders moeten we ook buitenlandse adverteerders gaan aantrekken. Dat kost heel veel geld, tijd en energie en dat hebben we niet. Dat ze niet met die internationale groei zijn meegegaan is eigenlijk het enige punt waarop Hyves het verloren heeft van Facebook.

En wat nu gebeurt is dat die platforms links en rechts worden ingehaald door nieuwe initiatieven. En wat we momenteel zien is dat Facebook, Google, Apple, Microsoft, eigenlijk alle grote Tech-spelers uit Amerika, heel erg actief azen op die nieuwe initiatieven. Ze proberen ze op tijd, of juist als ze een

groot succes geworden zijn, uit de markt te halen. Zodat ze de contacten met de gebruikers voor zichzelf kunnen behouden.

Dat is wat Facebook ook heeft gedaan heeft met Instagram, een fotowebsite. Die hebben ze opgekocht. En dat is wat Facebook een paar weken geleden heeft gedaan met WhatsApp: voor 16 miljard, een platform gekocht waarop berichtjes uitgewisseld kunnen worden. De enige reden dat ze er zoveel geld voor over hebben is omdat ze daarmee een groot bereik kochten in de nieuwe wereld. Want jongere Facebookgebruikers zijn Facebook weer aan het verlaten en de bedrijven willen hun grote positie behouden.

Het internet zoals we dat nu kennen gaat verdwijnen: het wordt groter dan ooit en misschien ook wel versplinterder dan ooit. Google gaat op 20 kilometer hoogte over de hele wereld ballonnen laten vliegen, als een soort lappendeken. Die ballonnen pakken een internetsignaal op van de aarde, via de lucht en dus weerstandloos. Ze delen onderling ook de verbinding. Zo kunnen mensen via die ballonnen toegang krijgen tot het internet. Dus straks wordt het mogelijk om op zee, in de woestijn en op de zuidpool te internetten. De vraag alleen is: welk internet krijgen we dan.

Facebook is bezig met een vergelijkbaar initiatief. Mark Zuckerberg sprak zich uit, dat het heel belangrijk is dat ook mensen in met name de arme landen, de derde wereld landen, toegang krijgen tot internet. Want dan kunnen ze zichzelf ontwikkelen en dan kunnen ze hun eigen land op gaan bouwen. Heel nobel, ware het niet dat Mark Zuckerberg dat op de volgende manier wil doen: met drones. Met vliegtuigjes dus, die 5 jaar lang non stop kunnen vliegen op zonne-energie, en die gezamenlijk een wereldwijd dekkend netwerk gaan vormen. En dan wil hij gratis toegang tot Facebook aanbieden evenals gratis toegang tot WhatsApp en gratis toegang tot Instagram. Tegen betaling kunnen mensen dan ook de rest van het internet bekijken. Nou, die mensen gaan daar vast niet voor betalen. Die gaan dan op Facebook internetten. Of via Google. Met als gevolg dat wij alleen maar via die platforms met ze kunnen communiceren. En dan bepalen dus beursgenoteerde Amerikaanse bedrijven volledig welke informatie ze gaan vinden.

Arthur C. Clarke was science fiction schrijver die in 1974 de opkomst van iets als internet al had voorzien. Hij was enorm enthousiast over deze ontwikkeling: Zakenmannen en –vrouwen kunnen dan overal ter wereld leven, en waar ze maar willen overal hun werk doen, is wat hij zei. Het is mensen eigen om vooral na te denken over het positieve van de situatie waarin we ons in bevinden. Maar ze zien daardoor misschien wel de nadelige gevolgen over het hoofd.

Winkels als de Free Recordshop verdwijnen zo langzamerhand. Dat wordt geweten aan de concurrentie die mogelijk wordt gemaakt door het internet. Maar ik ben het er niet helemaal mee eens. Want de reden voor mij om niet meer naar de Free Record Shop te gaan, en met mij miljoenen anderen, was omdat ik inmiddels een mp3-spelers had. Daar pasten uiteraard geen cd’s in. En via websites als Piratebay kon ik wel muziek krijgen voor in mijn mp3-speler. Vervolgens kwamen er allerlei legale alternatieven, zoals i-tunes van Apple, waar je dan die nummers digitaal aan kon schaffen. Maar die losse nummers waren duurder dan complete cd’s in de winkel, met schijfje, met hoesje, met boekje en met alles d’r op en d’r aan. En de kwaliteit van de geluidsbestanden waren lager dan via de website gratis te downloaden waren. Dus het was geen gelijkwaardig alternatief.

Bij Polare ontstond een vergelijkbare ontwikkeling. Hele mooie dure panden, waar grote voorraden aan boeken liggen waarvoor betaald moet worden. Ze hebben zichzelf niet op tijd vernieuwd door bijvoorbeeld nieuwe afspraken te maken met het Centraal Boekhuis of door andere activiteiten te ondernemen in die winkelpanden. Gelukkig gaan er een paar een doorstart maken.

Het internet is niet alleen een bedreiging voor bestaande bedrijven, het is ook een enorme kans. Kijk maar naar TripAdvisor: Een website waar mensen restaurants en hotels kunnen recenseren. Ik was een paar weken geleden in Praag en ik wilde lekker Italiaans eten dus ik zocht op de site naar het beste Italiaanse restaurant in Praag. Ik ging er naartoe op een dinsdagavond. En daar stond een rij

van 30 mensen! Ik vraag: Wat doen die mensen voor de deur. Nou, die willen bij ons eten. Ze zien op internet dat wij zo goed eten hebben en ze willen gewoon waar voor hun geld.

De eerste gelegenheid dat ze nog plek hadden was de dinsdag daarop.

Mensen willen meer waar voor hun tijd, meer waar voor hun geld. Ze beginnen hun zoektochten steeds vaker op dit soort platforms en daar moeten bedrijven mee leren omgaan.

Dat is ook de reden waarom de Nederlandse banken in paniek zijn geraakt. Steeds meer bedrijven zoals Google, maar nu ook Vodafone, gaan ons de kans geven om betalingen uit te voeren, om transacties te verwerken. Vodafone doet dat met telefoons en een speciale sticker. Google heeft in Amerika een speciale creditcard uitgebracht voor de Google-wallet. Daarmee gaan de banken het contact met ons verliezen want we lopen met een Googlecard rond, die we wel opladen vanaf onze ING of ABN-AMRO rekening, maar de transacties hebben ze niet meer. Zo verliezen de banken langzaam terrein in onze levens. Dat is waarom ze nu ook gaan komen met allemaal losse kaarten en losse passen waarmee we niet meer hoeven te pinnen maar die we tegen de terminal aan kunnen houden. Enerzijds doen ze zo met de strijd mee maar anderzijds openen ze de weg voor hun nieuwe concurrenten want alle terminals worden dus straks gereed gemaakt voor ook deze bedrijven.

En transport gaat enorm veranderen. Amazone, de grootste webwinkel ter wereld, heeft een patent vastgelegd waarin ze onze pakketten gaan toezenden nog voordat onze bestelling is afgerond. Zij zien namelijk op een bepaalde dag, bijvoorbeeld omdat Matthijs van Nieuwkerk in De Wereld Draait Door een product laat zien, opeens heel veel interesse bij een bepaalde productcategorie van Amazone. En ook zien ze via hun systeem dat er zo meteen een vrachtwagen richting Nederland vertrekt. Is er nog wat plek over in die vrachtwagen dan laden ze gewoon wat van die producten in want hun inschatting is dat ze er wel enkele van gaan verkopen in Nederland. Zo kunnen ze dus sneller leveren tegen lagere prijzen dan hun concurrenten.

En ze onderzoeken serieus of ze in Amerika pakketten kunnen gaan leveren met drones, met vliegtuigjes. Dat wordt door steeds meer overheden verboden maar zij gaan er gewoon mee door. En het zou dus zomaar kunnen dat we op een dag in de tuin zitten en opeens ‘dingdong’ horen. Kijken we naar boven, wordt het pakketje zo naar beneden gebracht. Dat klinkt heel futuristisch maar er zijn experimenten mee gedaan. Het is technisch gezien mogelijk en ze willen het graag. Waarom? Omdat ze dan zelf kunnen gaan distribueren en het contact met de klant houden. Hun idee is om een veel kleinere distributiecentra te bouwen en daar in de omgeving, met dat soort vliegtuigjes, te gaan leveren. En niet meer pakketten afleveren als we er niet zijn, nee alleen als we er zijn. En dat weten ze weer door technologie.

Ik geloof niet dat de retail- en de offline wereld compleet gaat verdwijnen. En ik heb zelfs weer hoop gekregen nu Google aan het investeren is in die offline wereld. Ze hebben aandelen gekocht in Uber, een virtuele taxicentrale zonder vergunningen. Ze zijn actief in Amsterdam, Rotterdam en Den Haag. En ze zijn 20% goedkoper dan normale taxi’s terwijl ze alleen maar de beste auto’s en de beste chauffeurs hebben. Klanten mogen bij iedere rit een beoordeling geven en op een schaal van 0 tot 5 moet een chauffeur minimaal een 4,5 of hoger hebben, anders mag ‘ie niet mee doen. Dus ze houden de deur open, pakken je koffer weer netjes aan. ’t Is een dolle boel. Waarom nemen deze chauffeurs genoegen met minder inkomsten terwijl ze in een duurdere auto moeten rijden? Nou omdat Uber het zo optimaal weet te regelen dat ze gemiddeld iedere 5 tot 10 minuten een nieuwe rit krijgen. Dus ze staan niet meer stil.

Google heeft laatst een patent vastgelegd waarin wij aanbiedingen kunnen krijgen, uiteraard specifiek op maat gemaakt, waarin ons wordt gevraagd in dit geval of wij 15% korting willen op een voorgerecht bij een restaurant voor een lunch, en als wij dat willen en we zeggen “yes, pick me up”, dan komt er een taxi om ons op te halen. Dat bieden ze uiteraard alleen aan als ze zien dat er veel chauffeurs vrij zijn. Dus ze gaan natuurlijk afspraken maken met die chauffeurs om zo’n lunch-rit

tegen lagere kosten uit te voeren. Die hebben géén werk of ze krijgen nog een beetje inkomsten. Nou, dan maar een beetje inkomsten, zullen ze waarschijnlijk denken. En als wij dus beslissen om te gaan, dan laten we ons daar naartoe rijden, hebben lunch en rekenen af met onze Googlecard.

Ik ben er iedere dag mee bezig waar deze ontwikkelingen vandaan komen. Ik weet het nog niet helemaal maar wat mij oneindig fascineert is dat in 150 jaar tijd die wereld zo veranderd is.

Van 1 naar 7 miljard mensen en we gaan door naar 9,6 miljard mensen, is de laatste inschatting. We begrijpen en verstaan meer talen, al dan niet ondersteund door de techniek. Ons imperfecte geheugen wordt vervangen door chips dus we vergeten niks meer. Landsgrenzen vervagen dus informatie stroomt overal naartoe. Er zijn steeds meer wetenschappers, er zijn steeds meer onderzoeken, er zijn steeds meer conclusies die elkaar steeds meer tegenspreken. Het is heel complex aan het worden. En dan worden allemaal ook nog wat individualistischer, moeten we allemaal meer verantwoordelijkheid dragen en hebben met name bedrijven ook de uitdaging meer te doen met minder geld, meer met minder mensen en meer in minder tijd. En de consument kan beter vergelijken dan ooit tevoren, die gaan nog meer eisen stellen.

Ook dorpskernen, de fysiek logische plekken waar we elkaar vroeger konden ontmoeten, worden niet meer zo ingezet. Daar lopen we voorbij omdat we ergens naar onderweg zijn. Ze worden vervangen door digitale dorpspleinen die niet meer centraal werken. Mensen vormen zelf dorpspleinen op Twitter, Facebook en andere sociale netwerken. Ze bepalen zelf welke mensen en welke bedrijven daar toegang toe krijgen. En dan krijgen we ook nog eens boekenkasten vol aan informatie per dag binnen op onze telefoon. Natuurlijk niet alle teksten uit al die boeken. Maar als je naar de oorspronkelijke bron terug wilt gaan van alles wat op een dag via zo’n klein schermpje binnenkomt, dan moet je een boekenkast aan boeken openen. Dus onze informatiebron ziet eruit als een trechter waarin heel veel wordt weggelaten en die vooral toont wat we willen zien. Waarmee de werkelijkheid te simpel wordt gemaakt.

Sinds de jaren ’70 hebben we niet meer 14 uur face to face contact per dag, maar 7. Dat komt door schermpjes zoals op onze telefoons. En wat doen we met die schermpjes: vooral de momenten vastleggen die het meest dierbaar zijn. Maar uit recent onderzoek blijkt dat we momenten die zijn vastgelegd met een camera in een telefoon, minder goed onthouden.

Ik was laatst in het Louvre en zag voor het eerst iets nieuws. Mensen maakten nog steeds foto’s van de Mona Lisa maar dan omgekeerd. Ze stonden met de Mona Lisa op de achtergrond selfies te maken. En dat doen we steeds meer.

We gebruiken die apparaten omdat het ons enige relevantie biedt in een steeds complexere wereld. En zo ontstaat een afhankelijkheid. Want de complexe wereld achter dat schermpje wordt steeds minder begrepen.

Maar ik geloof er ook in dat de natuur zichzelf corrigeert. En misschien is dat al wel gaande.

Artsen klagen over het volgende: 100 jaar geleden kregen kinderen een kromme rug door kinderarbeid, nu door hun tablets en smartphones.

En vorige week is iemand voor het eerst gediagnosticeerd met WhatsApp-itus. Ik dacht dat het een verlate 1 aprilgrap was maar dat is dus niet zo. Die mevrouw was 6 uur per dag berichtjes op haar telefoon aan het typen en kreeg zoveel last van haar handen dat ze naar een arts ging. Ze mocht de telefoon niet meer gebruiken omdat de gewrichten allemaal op de verkeerde manier overbelast waren geraakt.

Dus misschien wordt het wel gecorrigeerd. Maar technologiebedrijven weten dit ook en die gaan juist verder met de ontwikkeling. We hebben nu nog telefoons maar de wearables komen eraan: horloges en brillen. In een Googleglass zit een microfoon en een camera die non-stop beelden kan maken. Wat vinden we daarvan? Ik vind het niet heel erg zalig want dan word je uiteindelijk toch

altijd wel ergens door iemand gefilmd. En wat gebeurt er eigenlijk met een mens als die continue wordt bekeken. Ik denk dat we ons minder vrij gaan voelen, onszelf minder durven te laten zien.

Er komen ook nog LCD-lenzen aan, lenzen die gewoon data (en films) kunnen laten zien.

Een voorbeeld als het gaat om data verzamelen is de vuilafhaaldienst in Londen, die overal prullenbakken heeft staan. Toen het bedrijf geprivatiseerd werden zochten ze manieren om extra geld te verdienen. Dat gingen ze doen door advertenties op hun prullenbakken te tonen. En om er achter te komen welke advertenties effectief zouden zijn, zijn ze alle telefoontjes van mensen die WiFi en Bluetooth aan hebben staan door de hele stad gaan volgen. Ze kunnen dan niet zien wie u bent, uw naam lezen of uw telefoonnummer herkennen. Maar ze zien wel dat u om 8.30 uur in een bankkantoor verdwijnt en daar om 8.35 uur uitkomt. Vervolgens gaat u naar een heel duur restaurant, waar u heel laat uitkomt om naar een dure wijk te vertrekken. Dat zegt iets over uw bestedingspatroon. En dat zegt iets over de advertenties waar u vatbaar bent. Evenals de winkels waarin u verblijft. Daarmee werden profielen gebouwd van wat voor mensen er rondliepen. En de advertenties werden dus steeds persoonlijker. Toen de gemeente hier achter kwam, zei die: “Dit stopt nu. Dit willen we niet. Dit gaat te ver.”

Maar in Nederland doen we dat gewoon. Dixons en 2 andere grote winkelketens die daar onderdeel van zijn, hebben WiFi-tracking ingezet. En ze vonden het niet nodig ons dat te vertellen. Totdat er een heleboel ophef over kwam, dus nu staan er stickers: Om u beter van dienst te zijn, volgen wij u. Jaja… Ze zien hoeveel mensen er langslopen, hoeveel mensen naar binnenlopen, op welke tijden van de dag, hoe vaak mensen terugkomen, hoe vaak mensen buiten herhaaldelijk langslopen. Hoe lang mensen bij welke delen van de winkel blijven staan. En ging het maar om één winkel maar stelt u zich eens voor dat dit een landelijk dekkend netwerk wordt waarbij alle winkels dit inzetten. Dan weten ze meer dan wanneer ze uw naam en nummer zouden hebben.

In Japan gaan ze nog verder. Daar hebben ze een paspop met ingebouwde camera en microfoon. En alle artikelen in deze winkel hebben een chip. De paspop weet bijvoorbeeld dat er een dure jas op haar hangt. En wanneer ik daar naartoe zou lopen en ik zou zeggen “Goh, wat een mooie jas maar ik vind ‘m wel wat duur”, dan kijkt die pop of ik een vast klant ben. Het systeem probeert mijn gezicht te herkennen, kijkt naar de marge op het product en combineert de beschikbare informatie om te kijken of de winkel mij op dat moment korting wil bieden. In de toekomst komt die aanbieding misschien gewoon op onze telefoon binnen. Of op een schermpje dat we voor ons dragen.

In Nederland gebeuren dit soort dingen voor zover we weten nog niet, maar Tesco, dat is de Britse Albert Heijn, is gezichten gaan scannen van klanten bij hun tankstations, om vervolgens op maat gemaakte advertenties bij de kassa te tonen. En ze beloven ons natuurlijk dat ze die scans weer vernietigen als we de winkel uitlopen. Maar ik kan dat niet controleren. En stel dat ze al die scans opslaan dan hebben ze op een gegeven moment jarenlange informatie over waar en wanneer we lopen, wat we kopen, met wie we zijn. Gaan ze allerlei verbanden leggen.

En dan komen er dus drones aan met camera’s en sensoren.

En zelfrijdende auto’s die tussen 5 en 10 jaar worden verwacht. Waar we misschien wel toe gedwongen worden om ze te gebruiken, omdat ze efficiënter rijden en minder ongelukken maken. Overheden en verzekeraars gaan vast zeggen: wilt u een handmatige auto blijven besturen dan betaalt u meer verzekeringspremie. Dus dan stappen steeds meer mensen in zo’n zelfrijdende auto. Die vervolgens door een internetbedrijf zoals Google en Apple wordt bestuurd waardoor we gewoon alleen nog maar naar commerciële opportunities gebracht worden.

En dan hebben we nog de laatste aankoop van Google. Nest is een fabrikant van intelligente rookmelders en thermostaten. Al zeggen ze nu niks met die data te gaan doen, Google zou kunnen zien of u thuis bent of niet, wanneer en hoelang. Google wil heel graag weten wat er in ons huis gebeurt. Ze zijn met een nieuw besturingssysteem bezig, een nieuwe versie van Androïd, die in

huizen kan zien waar u loopt en in welke ruimte u bent. Want ja, als u ‘s avonds op de bank zit wilt u natuurlijk andere advertenties zien dan wanneer u ‘s ochtends in uw slaapkamer wakker wordt.

Zover gaat het allemaal.

In 2020 worden er 50 miljard apparaten verwacht die aangesloten zijn op het internet. Dat zijn niet alleen apparaten de wij dragen, dat zijn ook apparaten die in dieren zitten. Er is zelfs een Nederlandse startup die elektronica voor vee ontwikkelt waarmee ze onder andere in staat zijn om te zien wanneer een koe zwanger is, ziek is… met een directe koppeling naar de dierenarts, om alles nog meer te optimaliseren en efficiënter te maken.

En dan hebben we de Oculus. Een bril die beelden kan weergeven die zo realistisch zijn dat we straks ons huis niet meer uit hoeven voor een uitstapje. Matthijs van Nieuwkerk kreeg bij De Wereld Draait Door zo’n ding op en zag een achtbaanrit. Werd ‘ie helemaal een beetje duizelig van. Het is dus werkelijk zo realistisch en het enge is dat er mensen zijn die dat leuk vinden.

Dan gaat u naar de Alumni Vereniging van de Open Universiteit, lekker in uw zelfrijdende auto en dan zet u uw bril op. Dan kunt u even samen zijn met elkaar en een wandeling door Arnhem maken, met geluid en met alles erop en eraan.

Maar nu een stap verder: Alle data die al die apparaten verzamelen komen terecht bij Amerikaanse beursgenoteerde bedrijven. En niet weinig. Google heeft informatie over 1 triljoen websites. Facebook heeft 35% van alle foto’s ter wereld op het internet. Op YouTube worden per minuut 72 uur aan films geupload. En op Twitter duizenden berichten per seconden.

Het erge is: Wij zijn de producten op die platforms. We zijn niet de gebruikers, niet de klant. Wij worden onderhouden op die platforms om ons zolang mogelijk en zo vaak mogelijk aan zich te binden, om daarmee zoveel mogelijk data uit ons leven te trekken. En ze verkopen onze grijze massa vervolgens aan adverteerders. Nu wordt die nog voor commerciële boodschappen ingezet maar in de toekomst wellicht uit politieke motieven, dat men wil dat we anders gaan denken over de wereld.

Wie is in controle?

Ik doe wel eens een experiment met eerstejaars rechtenstudenten die in staat moeten zijn om bronnen te vinden, te analyseren en daar vervolgens conclusies uit te trekken. Ik heb daarvoor twee nieuwe en schone computers, met een nieuwe verbinding zodat Google denkt: hé, nieuwe internetgebruikers. Ik heb per computer een lijst met namen van auteurs. Op de ene lijst staan namen van auteurs die beweren dat er sprake is van een klimaatprobleem. Op de andere lijst met namen van auteurs die beweren dat er geen sprake is van een klimaatprobleem. De studenten krijgen opdracht om onderzoek naar de auteurs te doen. Denken ze.

In werkelijkheid is het een real-life experiment waarbij ik aan het einde van de week laat zien dat als ze op beide computers de zoekopdracht ‘Is there a climate problem’ intoetsen, beide computers andere resultaten weergeven. De ene computer toont meer artikelen waarin staat dát er sprake is van een klimaatprobleem. En de andere computer meer artikelen waarin staat dat er géén sprake is van een klimaatprobleem.

Willen ze ons bewust op het verkeerde spoor zetten? Nou, ik hoop van niet, nee. Uit onderzoek blijkt dat wij resultaten krijgen die ons meer aanspreken omdat we dan langer op die sites blijven. En dan verdienen ze dus meer geld aan ons door extra advertentie-inkomsten. Als ze alle gebruikers slechts 5 seconden langer vast weten te houden dan verdrievoudigt hun winst misschien wel.

Dat levert ook de vraag op: Van wie zijn die data. We hebben natuurlijk in Nederland een heel groot debat gehad over het Electronisch Patiëntendossier, waarbij de idee was om alle informatie rondom een patiënt in één systeem te plaatsen. Maar waar niet goed over na werd gedacht is, van wie zijn die data. Kan ik er als patiënt bij. Als mijn bloed wordt onderzocht, zijn die data dan van het laboratorium, van de huisarts die erom gevraagd heeft, van de verzekeraar die betaalt. Of van mij. Mogen ze het wel of niet geanonimiseerd gebruiken. Mogen ze zeggen, jij krijgt je eigen resultaten maar de analyse van die resultaten, zonder dat je naam erbij staat, gaat in een grote databank…

Het combineren van data heeft voordelen, want de gezondheidszorg kan daardoor nog vele malen efficiënter worden. Maar de vraag is, wat de nadelen zijn. En deze ethische vragen werden niet beantwoord bij de lancering van het idee van dit dossier. Er was op een gegeven moment zelfs sprake van dat er 400- tot 700.000 mensen toegang zouden krijgen tot alle dossiers en dat je als patiënt zelf actief iedere keer moest opvragen wie heeft mijn dossier ingezien om nog mee te krijgen of er een privacy inbreuk gepleegd was. Op een gegeven moment werd het te complex en heeft Edith Schippers gezegd: Stoppen d’r mee.

Google heeft op de site Flutrends een verband gevonden tussen een griepepidemie en zoekopdrachten die wij doen op internet. Zij kunnen eerder dan huisartsen voorspellen dat mensen ziek aan het worden zijn. Mijn huisarts houdt in de periode waarin hij de griep verwacht ook deze site in de gaten. Zo kan hij een paar dagen eerder zien dat zijn spreekuur vol komt te zitten en extra capaciteit inplannen. Nou, dit ziet er mooi uit, want het is geanonimiseerde data, hier staat mijn naam niet bij. Maar het omgekeerde is dus dat Google van mij weet dat ik ziek aan het worden ben. En was dat niet iets waarvan wij ooit zeiden dat dit in een 1-op-1-relatie met een arts onder strikte geheimhouding besproken moest worden.

Dit is nog een heel eenvoudig voorbeeld, maar het gaat niet alleen over griep. Het gaat over veel meer dingen.

Deze ontwikkelingen gaan heel hard want computers worden steeds goedkoper, krachtiger en leveren steeds meer data en kunnen steeds sneller en gemakkelijker verbanden leggen. Iedere grote industrie moet zichzelf afvragen: hoe kan deze technologie ons helpen. Als ze het zelf niet doen, dan gebeurt het van buitenaf.

Ik had onderweg hier naartoe eigenlijk Ways moeten gebruiken, dan had ik de file kunnen ontwijken. Ways is het beste gratis navigatieprogramma ter wereld, dat in alle landen overal ter wereld gratis gebruikt kan worden op uw telefoon. Ik vertel zo waarom Ways zo goed is, eerst even dit:

TomTom heeft een paar jaar geleden Teleatlas aangeschaft, een kaartenmaker. Daar hebben ze miljoenen voor betaald. Zo wist TomTom waar de wegen liggen, hoe hard je daar mag rijden, en zo konden ze ons optimaal van A naar B brengen.

Google heeft Googlemaps als navigatieproduct en heeft nu de licenties voor die informatie.

Maar Ways had als startup bedacht: Wij willen mensen ook van A naar B brengen maar we hebben geen geld om kaarten te kopen dus wij gaan die kaarten zelf maken. Wij geven mensen onze applicatie, die delen hun locatie met ons. Dus we zien ‘live’ waar ze zijn, waar ze rijden. En als iemand voor de tiende keer op dezelfde plek, dezelfde route volgt, dan ligt daar dus een weg. En Teleatlas zegt dan doodleuk: ja, daar ligt een weg maar jullie weten lekker niet hoe hard je daar mag rijden. Jawel, zeggen ze dan, wij weten beter dan jullie hoe hard je daar mag rijden. Want jullie weten alleen welk verkeersbord er staat terwijl wij weten hoe hard mensen daar daadwerkelijk rijden. Want we volgen hun snelheid. En zo weten we ook waar files staan. Want als meerdere mensen 30 km/uur gaan rijden, daar waar je normaal 120 rijdt, dan is daar dus een file.

Dus Ways heeft uit het niets en met weinig budget een grote concurrent kunnen bouwen van TomTom en van Google Maps. Zo groot dat Google een miljard dollar heeft betaald voor dit bedrijf, zonder dat ze inkomsten hadden. En alle 100 medewerkers kregen 1 miljoen dollar mee, met natuurlijk een contract dat ze geen concurrent mochten beginnen.

Waarmee ik wil laten zien dat met data mensen in en buiten een branche iets kunnen starten. En als ik het heb over de medische wetenschap, dan wil ik wel graag dat artsen iets met data gaan doen. En niet Google. Die is niet als een arts bezig.

Er zijn dus onwenselijke maar ook mooie dingen met technologie mogelijk .

Daan Roosegaarde heeft afgelopen zomer in Zomergasten een filmpje uit 1999 laten zien met straatinterviews over het gebruik van de mobiele telefoon. Vrijwel niemand zag het nut er toen van

in. We hebben inmiddels één iemand uit dat filmpje teruggevonden en die weer geïnterviewd. Nu met de vraag: hebt u een mobiele telefoon. Ja. Gebruikt u 4G, dat is dat nieuwe mobiele netwerk. Nee, want dat heb ik nog niet nodig.

We houden niet van verandering. En toch verandert alles zo snel.

Nu naar het laatste deel van mijn lezing. Omdat ik wat later begonnen ben, zal ik het iets inkorten.

De Gammagroep maakt software om camera’s en microfoons van laptops in te schakelen. Op afstand, zonder dat het lampje gaat branden. Dit is een industrie en business van 5 miljard dollar want er zijn allerlei intelligencediensten over de hele wereld die gebruik willen maken van onze data.

En wat is privacy eigenlijk. Ik denk steeds vaker dat de term privacy verkeerd gekozen is. Want als het er is, dan zie je het niet. En iedereen die is opgegroeid in een samenleving waar privacy is weet dus niet waar hij of zij op moet letten om te kunnen zien of privacy aan het verdwijnen is. Dus ik heb het liever over vrijheid. Vrijheid om te zijn wie je wilt zijn, te worden wie je wilt worden, te denken wat je wilt denken, te zeggen wat je wilt zeggen.

Er zijn zeer schrijnende voorbeelden te vinden van wat er kan gebeuren als je door alle systemen die we inmiddels hebben je persoonlijke vrijheid kwijt bent geraakt.

Vaak wordt gedacht dat privacy zit in het beveiligen van systemen. Maar het wordt ook steeds lastiger om als mens veilig om te gaan met die systemen. Het gevaar zit meestal achter de stoel en het toetsenbord van een applicatie, zeg ik nogal eens.

We delen massaal onbeveiligd data met de wereld. En het is onthutsend hoe gemakkelijk dat af te luisteren is.

En tot slot nog dit: Google vult zoekopdrachten automatisch aan. Zo kunnen we dus een indruk krijgen waar mensen naar zoeken. Als ik intoets ‘Ik wil graag….’, dan volgt er

Hebben. Die snap ik nog wel.

Zwanger worden. Ook.

En de derde was: dood.

Mensen zoeken dus ook naar informatie in de situatie dat ze graag dood willen. Dat is heel privé. Dat is heel gevoelig.

En wat ontdekten we vorige zomer, dankzij Edward Snowden? Dat overheden, met name in Amerika, proberen alle data te verzamelen over ons die er maar te vinden zijn. Het gebouw van de Amerikaanse geheime dienst, NSA, is 8 x zo groot als de grootste IKEA ter wereld. Vol met harde schijven. En zij kunnen daarmee alle tekstuele communicatie die wij met elkaar uitwisselen over de hele wereld, permanent, oneindig lang opslaan. Amerikanen zeggen dan: Ja, Danny, no worries. Het gaat alleen maar om terroristen. Jullie zijn Nederlanders, jullie zijn vrienden van ons. No worries.

Wij hebben echter geen privacy in Amerika. In het fourth amendment staat dat alleen Amerikanen aanspraak kunnen maken op privacy. Daarmee heeft dus 96% van de wereldbevolking volgens de Amerikaanse wet geen recht op privacy. Dat zijn vaak onschuldige mensen.

En het argument ‘wisten we toch al’, klopt niet. We wisten het niet. We waren er bang voor. We hadden er nachtmerries over. Maar het gebeurt dus echt. Volgens de informatie die door Edward Snowden is vrijgegeven, zijn het de Amerikaanse internetbedrijven die meewerken. Zelf zeggen die: we werken niet mee. We weten niet of dat zo is. Maar het zou beste wel eens zou kunnen. Want bij Belgacom, een Belgisch staatsbedrijf, hebben we gezien hoe de Britse geheime dienst inbrak om toegang te krijgen tot het Europees Parlement. Dus het kan ook best wel zijn dat het allemaal buiten hun om heeft plaatsgevonden.

Er zijn veilige kanalen, zoals Skype dat was totdat het op een dag werd aangeschaft door Microsoft, een Amerikaans bedrijf. Zo’n beetje het eerste wat ze veranderden was de beveiliging. Of de wereld daardoor veiliger werd weten we niet maar terroristen pakken we er niet mee. Sterker nog, de grote

terroristische aanslagen die zijn geweest, daarvan waren de verdachten al lang in beeld bij de autoriteiten. Ze hadden ze al in het vizier.

In Mexico werd een drugskartel opgerold, dat heel lang onder de radar heeft kunnen opereren omdat ze hun eigen mobiele netwerk hadden aangelegd. Versleuteld. Daar werken die anti-terreur-programma’s ook niet tegen.

En we weten inmiddels dat de EU-leiders, de president van Mexico, Brazilië, de Verenigde Naties, het Europees Parlement en Angela Merkel allemaal zijn of worden afgeluisterd. Zijn dat terroristen?

Het Kremlin in Rusland is overgestapt op typemachines om hier geen last meer van te hebben.

Sommigen zeggen, waarom zou je je er druk over maken als je niets hebt te verbergen. Dan zeg ik wel eens, tja dan ben je als mens dus niet te vertrouwen, als je geen geheimen kunt bewaren!

En stelt u zich eens voor dat al die data die worden verzameld in een van de snelste computers ter wereld terecht komen. Die computer heeft de rekenkracht van 6,3 miljard mensen die 320 jaar lang berekeningen uitvoeren op een rekenmachine. En dat kan deze computer ieder uur doen. Stelt u zich eens voor dat dat er allemaal in komt.

Ter afsluiting. Ze zijn bezig om te leren hoe ze met onze hersenen kunnen interacteren: hoe ze hersenactiviteit uit kunnen lezen en hoe ze het geheugen en herinneringen aan kunnen passen. Dat heeft mooie en slechte toepassingen.

Waar we voor moeten oppassen is singularity, dat is een wereld waarin een leven wordt voorgeschreven, dat we dingen moeten doen op basis van computerberekeningen.

Dames en heren, ik hoop dat u de titel “Data in een nieuwe wereld?” inmiddels begrijpt. Laten we vooral praten met elkaar over deze ontwikkelingen, daar meningen over vormen en de ethische dilemma’s niet uit de weg gaan.

Dank voor jullie aandacht.

Geef een reactie

Back To Top